Doorgaan naar hoofdcontent

Posts

Goed voorbeeld

Het nieuwe revalidatiecentrum is van de buitenkant een van de lelijkste gebouwen die ik ken. Het gebouw heeft twee verdiepingen en is heel toegankelijk voor mensen met een beperking. Ik had om 10.45 een afspraak op de bovenste verdieping en zou moeten wachten in wachtkamer 10. Om half 11 stond ik daarom in de lift naar boven. De deuren gingen open en een gecomputeriseerde stem vertelde me dat ik op de tweede verdieping was. Ik ben natuurlijk niet blind of slechtziend, maar volgens mij hadden ze hier toch op kunnen bezuinigen. De lift heeft namelijk maar twee knoppen 'B' en '1'. Als je niet op de ene bent, ben je op de andere en omgekeerd. De wachtkamer bleek een wachtgang te zijn. Een hele smalle wachtgang. Waarbij je met z'n allen moet verhuizen naar het andere eind als er een andere rolstoel aankomt. Dat past niet naast elkaar. Er zit nog een andere vrouw, zij moet bij dezelfde arts zijn als ik. Dit geeft mij het bange gevoel dat het weleens een lange ...

De wachtkamer

Achter de balie waar ik me aanmeldde zat een vrouw; ze was aan het praten met de man voor mij. Het antwoord op een vraag die ik niet hoorde, was: “Misschien wel en misschien niet.” Dat vond ik een raar antwoord op iedere vraag die ik in mijn hoofd bedacht. Daar heb je toch helemaal niets aan? Daarom schoot ik in de lach. Iedereen in de wachtkamer keek me aan. Niemand lachte. Misschien wisten ze daar niet meer hoe dat moest. Die Tl-verlichting nodigde natuurlijk ook niet echt uit en mensen hadden hun eigen besognes, anders zaten ze niet in een ziekenhuis. Ik keek naar de vrouw achter de balie en ineens schoot zij ook in de lach. “Gelukkig,” dacht ik “dan ben ik toch niet gek.” Er hing een groot digitaal bord in de wachtkamer. Daarop stond de naam van de arts met daarachter de mededeling of ze 'op tijd’ of ‘te laat’ waren. Overal stond ‘op tijd’. Ik had om 11 uur een afspraak. Het was vijf over 11. Ik vroeg me af wat ‘op tijd’ precies betekende. Een vriendin van...

Winterwonderland

Het avontuur lijkt mij altijd te vinden. Het zit overal, als je maar goed kijkt. Zoals vandaag toen ik het huis uit wilde. Geen makkelijke opgave: liftstoring, -3 graden celsius. Verpakt in mijn jas, sjaal, muts, handschoenen en plaid doe ik toch een poging.  Ik bons op de deur van de lift, de monteur hoort me niet. Na nog drie keer proberen komt hij vermoeid naar boven. "O sorry, ik dacht dat je een irritante student was, maar nu zie ik het probleem", en zijn ogen dwalen af naar mijn rolstoel. Ik ben wel een irritante student, maar dát ziet hij dan weer niet. :) Samen gaan we naar beneden, zonder dat de lift eigenlijk al gemaakt is. Onderweg vraag ik me af waarom ik hier in hemelsnaam aan begonnen ben. Waarom moest ik het huis uit? En waarom heb ik mezelf in hemelsnaam vanochtend opgemaakt; mijn ogen prikken. Mijn plaid is zwart, maar wordt als maar witter. Ik vraag me af hoe ik eruit zie, al kan het me eigenlijk weinig schelen want ik heb het koud. Eenmaal a...