Achter de balie waar ik me aanmeldde zat een vrouw; ze was aan het praten met de man voor mij. Het antwoord op een vraag die ik niet hoorde, was: “Misschien wel en misschien niet.” Dat vond ik een raar antwoord op iedere vraag die ik in mijn hoofd bedacht. Daar heb je toch helemaal niets aan? Daarom schoot ik in de lach. Iedereen in de wachtkamer keek me aan. Niemand lachte. Misschien wisten ze daar niet meer hoe dat moest. Die Tl-verlichting nodigde natuurlijk ook niet echt uit en mensen hadden hun eigen besognes, anders zaten ze niet in een ziekenhuis. Ik keek naar de vrouw achter de balie en ineens schoot zij ook in de lach. “Gelukkig,” dacht ik “dan ben ik toch niet gek.” Er hing een groot digitaal bord in de wachtkamer. Daarop stond de naam van de arts met daarachter de mededeling of ze 'op tijd’ of ‘te laat’ waren. Overal stond ‘op tijd’. Ik had om 11 uur een afspraak. Het was vijf over 11. Ik vroeg me af wat ‘op tijd’ precies betekende. Een vriendin van...
Tragikomisch blog over menselijke communicatie en reizen